Nieuwsbrief

De kwestie - door Harry van Bommel
Op vrijdag 25 april wordt in Assen herdacht dat 58 jaar geleden de Republik Maluku Selatan (RMS) ofwel de Republiek der Zuid-Molukken werd uitgeroepen. Volgens de Indonesische autoriteiten leeft de RMS gedachte vooral in Nederland. De keiharde onderdrukking van RMS aanhangers op de Molukken toont echter aan dat er meer aan de hand is. Nederland mag deze flagrante mensenrechtenschendingen niet onbesproken laten in de relatie met Indonesië.

door Harry van Bommel, Tweede Kamerlid voor de SP, en Sylvia Pessireron, schrijfster van het boek ‘Molukkers in Nederland’

Tijdens een bezoek van president Susilo Bambang Yudhoyono aan het eiland Ambon, eind juni 2007, werd de cakalele, een traditionele krijgsdans, opgevoerd. Met het staatshoofd als belangrijkste toeschouwer ontrolden de 28 dansers de – in Indonesië verboden – RMS vlag. De mannen werden onmiddellijk opgepakt op verdenking van samenzwering tegen de staat, en gemarteld. Dat de Indonesische president deze manifestatie als zeer bedreigend zien, blijkt uit de absurd zware straffen die begin deze maand werden opgelegd. Johanis Teterissa, de leider van de dansgroep kreeg levenslang, de overigen straffen variëren van 10 jaar tot 20 jaar.

President Yudhoyono had een specifieke reden om Hari Keluarga Nasional, de nationale familiedag, op Ambon te vieren. Hij wilde daarmee symboliseren dat de eenheid, ruw verstoord door de gruwelijke burgeroorlog tussen christenen en moslims op de Molukken van 1999 tot 2002, was hersteld. Die oorlog kostte duizenden levens, en heeft diepe sporen achter gelaten bij de eilandbewoners. Na de vredesovereenkomst in 2002 sprankelde de hoop op een betere toekomst. Maar na zes jaar staan de vluchtelingenkampen er nog steeds, leven de meeste mensen nog altijd onder de armoedegrens en staat de schier onuitroeibare corruptie de ontwikkeling van de Molukken in de weg. Met het zwaaien met de RMS vlag protesteerden de Molukkers openlijk tegen de voortdurende onderdrukking door de Indonesische overheid. Dat dit geweldloze protest buitensporig zwaar wordt bestraft, leidt tot zware bedenkingen tegen de ‘eenheid’ en democratie die Susilo Bambang Yudhoyono zo graag aan de buitenwereld wil laten zien.

In de aanloop naar de Olympische Spelen wordt China internationaal op de vingers getikt vanwege het schenden van mensenrechten in Tibet. Nederland blijft daarbij niet achter. De acties voor Tibet ondersteunen wij van harte, maar tegelijkertijd roepen we de Nederlandse regering op de mensenrechtenschendingen in Indonesië, en met name op de Molukken, eveneens te veroordelen.

De regering heeft de mensenrechten centraal gesteld in het buitenlandse beleid en gaat daarbij uit van universaliteit. Dat betekent dat ons land niet met twee maten mag meten omdat Indonesië toevallig een oud-kolonie van Nederland is. Concreet betekent dit dat bij aanhoudende mensenrechten- schendingen de Indonesische ambassadeur ontboden zou moeten worden en dat de Nederlandse mensenrechtenambassadeur gevraagd kan worden naar de Molukken af te reizen. Verder zou Nederland de veroordelingen van het ‘vlagincident’ voor moeten leggen aan de Commissie voor de Rechten van de Mens van de VN en met klem pleiten voor herziening van het vonnis van Johanis Teterissa en de overige. In de strijd om mensenrechten wegen daden zwaarder dan woorden.

Bron: Gepubliceerd in Dagblad van het Noorden, 25 april 2008